Waarom ik mannen wél mag intimideren op de tennisbaan

Pas had ik een tennistoernooi. Ik woon in Utrecht, maar ik ging weer even terug naar m’n ouders in IJsselstein. Wij hebben jarenlang met het hele gezin getennist in een dorpje vlakbij. Bijna elke week waren we op de club te vinden. Voor les, competitie of toernooien. Heerlijke tijd.

Ik had wel weer zin om op m’n oude club te tennissen. Het was zonnig, het voelde meteen weer vertrouwd en ik had genoeg energie. De laatste tijd ben ik – mede door m’n zusjes, maar ook door m’n roomies en andere mensen die ik belangrijk vind – wat meer ‘fearless’ gaan leven. Niet alleen naar je ratio luisteren, want je hart is ook echt belangrijk. En hoewel dat soms samen gaat met grote keuzes, voelt het 100% goed. Ik ben wetenschappelijk opgeleid, dus ik ben getraind om dingen nooit 100% zeker te weten. Dus het zegt heel wat als ik wél ergens zeker over ben.

Ik ben mentaal altijd sterk geweest. Met tennis heb ik meermaals tegenstanders (zelfs vriendinnen…) aan het huilen gekregen, omdat ze m’n spel niet aan konden. Niet omdat ik zo gemeen was. Ik ben niet zo’n fanatiekeling die gaat lachen als m’n tegenstander een bal uit slaat. Maar omdat ik élke keer liep. Ik pakte elke bal die ik kon pakken. Mega irritant voor de ander. Het zegt wel iets over mij: ik geef niet zo snel op. Omdat ik geleerd heb dat het zonde is om snel op te geven, want dan is de kans op winnen ineens zoveel kleiner.

Toen ik Psychologie ging studeren, kwam de wetenschappelijke onderbouwing daar ook bij. In het kort: als je ergens in gelooft, is de kans dat het gebeurt (veel) groter dan als je er niet in gelooft. Enige probleem: soms geloof je in de verkeerde dingen. Dus mijn tip (ook aan mezelf…): blijf jezelf bevragen. Klopt het nog steeds, de overtuiging die je hebt?

Mijn overtuiging klopte niet. Ik had namelijk de overtuiging dat ik een beter mens was als ik allerlei dingen die ik eigenlijk wilde doen, niet deed. Waarom? Ergens omdat ik dacht dat God het van me vroeg. Maar ook omdat anderen het veroordeelden als ik dat wel zou doen. Daar ben ik inmiddels een beetje klaar mee. En dat kon ik heerlijk uiten in mijn tennisspel.

Ik bedacht me dat ik m’n mentale kracht weer moest inzetten. Dus ik bleef herhalen: durf te falen, durf te falen. En dat werkte. Ik speelde de sterren van de hemel. Ik mixte met mijn vader – die op dat moment wat minder lekker in z’n vel zat. Maar het leuke is: omdat ik goed speelde, werd het niveau van de rest ook beter. Think about it: onbewust doe je beter je best als je iemand voor je hebt die voor je gevoel ‘hoger’ staat dan jij. Bewust complimenteerde ik m’n tegenstanders als ze een goede bal sloegen, en ook dat werkte. Ik zal even niet ingaan op de psychologische onderbouwing, maar – believe me – die is er ;).

Het grappige is dat ik alleen maar tegen mannen moest spelen. Dus denk je in: een blond meisje van 26 samen met haar vader, tegen ondernemende mannen (want het was een sponsortoernooi) van 30-50 jaar. We hebben niet elke wedstrijd gewonnen, maar de rally’s waren heerlijk. Toen ik zo hard rechtdoor sloeg dat de man tegenover me z’n racket niet op tijd klaar had waardoor hij z’n hand bezeerde, reageerde ik: “Oh, sorry, ik dacht dat je die wel zou hebben.” Waarbij ik direct dacht: my gosh, gelukkig is dit een man (gelukkig zijn er genoeg sterke vrouwen die dit ook hadden aangekund, maar ze hebben vaak de neiging zoiets als dit te zien als een bitch-actie…). Zijn reactie: “Ik weet niet of ik moet lachen of moet huilen op dit moment.” Hilarisch wel.

Lief als ik ben heb ik daarna meer gecrost dan rechtdoor geslagen, waarop de man in kwestie bij het biertje achteraf toch nog even moest zeggen: “Waarom sloeg je daarna niet meer rechtdoor? Wel jammer van je.” Ha ha. Cute, die mannen.

Maar ik vond het heerlijk. Niemand vond me te intens, zoals in sommige netwerkgesprekken die ik in de weken ervoor had gehad. Ze moedigden me juist aan. Ik vroeg me af hoe dat kwam. Waarom was het prima dat ik “als een man” tenniste, maar mocht ik niet als een man netwerken/solliciteren?

Nou, het logische antwoord is: stereotypen. Maar het uitgebreidere antwoord: tennis is een spel met structuur. De kijkers zijn vaak zelf ook tennissers, en begrijpen dus de puntentelling en de regels. Ze zien dat ik niet vals speel. Als ik met bedrijven in gesprek ben twijfelen ze daar (nog) aan…

Al merk ik wel dat hoe groter en ambitieuzer het bedrijf is, hoe meer ze mijn energie waarderen. En dat is wel prettig. Handig om te weten :). Kusjes voor bedrijven als BMC, Deloitte, Birch Consulting, Van Olphen Company en EY, waar ik nu mee in gesprek ben. En fijn dat – als ik teveel energie heb – ik het in ieder geval kan uiten in tennis. Of squash.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s